Veiligheidsrichtlijnen voor drones

Veilig vliegen begint met een goede voorbereiding. Controleer voor iedere vlucht je drone, de omgeving en de actuele regels.

Voor de vlucht

• Controleer propellers, accu, firmware en bediening.
• Bekijk het weer en vlieg niet bij harde wind, onweer, mist of slecht zicht.
• Controleer de officiële luchtvaartkaart en lokale beperkingen.
• Zorg dat je exploitantnummer en vliegbewijs in orde zijn wanneer die verplicht zijn.
• Kies een veilige start- en landingsplaats, uit de buurt van mensen, dieren en verkeer.

Tijdens de vlucht

• Houd de drone altijd binnen direct zicht.
• Vlieg in de open categorie maximaal 120 meter boven het dichtstbijzijnde aardoppervlak.
• Vlieg nooit boven mensenmassa’s en houd de voorgeschreven afstand tot niet-betrokken personen.
• Geef altijd voorrang aan bemand luchtverkeer en land onmiddellijk wanneer ander luchtverkeer of hulpdiensten in de buurt zijn.
• Respecteer de privacy van anderen en film alleen waar dat is toegestaan.
• Blijf binnen het bereik van de besturing en houd voldoende accureserve voor een veilige terugvlucht.

Na de vlucht

Laat accu’s afkoelen voordat je ze oplaadt, controleer de drone op schade en bewaar lithiumaccu’s droog, koel en volgens de handleiding. Gebruik een beschadigde, lekkende of opgezwollen accu niet meer.

Meer informatie

Bekijk vóór iedere vlucht de actuele regels van de Nederlandse overheid. Deze informatie is bijgewerkt op 19 oktober 2026 en vervangt geen officiële voorschriften of de handleiding van je drone.